Drums, Bands, TD-20′s en wat me bezig houdt.
Drummers zijn altijd vreemde figuren. Decennia lang zijn drummers altijd “maathouders” geweest. Veredelde metronomen waar net effe wat meer uitkwam dan een strakke ‘tik-tik’.
Ik kan me ook niet voorstellen dat er geen drummers waren in die tijd die dachten “Had ik maar een vak geleerd”. De gitaristen, saxofonisten, zangers, pianisten en bassisten waren immer en altijd de publiekstrekkers, waar de drummer niets meer was als een noodzaak, want een ‘tik-tik’ is toch best noodzakelijk in de meeste muziekstijlen.
In de jaren 60 bracht 1 band daar abrupt verandering in. Toen Ringo Starr (Richard Starkey) Pete Best ging vervangen in The Beatles was het afgelopen met dat imago. The Beatles waren de eerste band die z’n drummer op een verhoging zette. Uiteraard met een goede reden, want Ringo is natuurlijk een enorme geweldenaar op de drumkit. Sindsdien is het imago van de drummer er behoorlijk op vooruit gegaan. Dit neemt niet weg dat drummers nog steeds vaak in zichzelf gekeerde mannetjes zijn die het liefst achter de drumkit wegkruipen om het ‘trucje’ te doen. Dat je als drummer de meest meesterlijke single, double, triple paradiddles, paradiddle-diddles, roffels en ander gespuis aan het spelen bent over je 35 toms, merkt niemand.
Gelukkig zijn er uitzonderingen. Dominic Howard van Muse is zo’n uitzondering. Waar ik de grootste moeite heb om op een enkele bass “Knights of Cydonia” uit m’n been te persen, doet die gast dat met het grootste gemak. Ok, ok, hij doet dat vast een uur of 4 per dag waar ik ook nog gewoon moet werken voor m’n centen. Jaloezie is niet goede woord. Ontzag wel. Ook is die gast gewoon aanwezig, wordt in een cocon geplaatst tijdens concerten waar iedereen hem kan zien. Prachtig.
Zelf sla ik sinds m’n 6de met stokjes. Uiteraard op die leeftijd begonnen met “pannenkoeken” leren (rechts-rechts-links-links.. oftewel een roffel) op een 10dehands trommelke voor kleine kinders.
Tof als het was ging Remco bij de drumband, waar ik de straat op moest. Hier heb ik overigens altijd een hekel aan gehad. Een apepakkie aan en op straat in de maat waggelen is nooit m’n sterkste kant geweest. Maar goed.. Na jaren ben ik mezelf wat meer bezig gaan houden met assistentie voor de instructeur. Het begeleiden van jongeren is leuk. Zeker als er dan (1 op de 10) zo’n manneke bij zit die ECHT als een speer gaat. Jammerlijk genoeg stoppen dat soort mannekes vaak om vervolgens te gaan voetballen bij de lokale voetbalclub. Ach.. . misschien komen ze er dan nog wel eens achter dat ze echt goed waren.
Nadat ik gestopt was, heb ik m’n stokken voor 1 jaar aan de wilgen gehangen. Gelukkig bleven ze niet lang in de boom hangen, want 2 jaar geleden werden ze weer keihard naar m’n kop gesmeten. Dan maar serieus aan de slag was m’n motto. Wezen shoppen voor drumkits, maar een zolder heeft z’n beperkingen. Ook (hele fijne) buren met kleine kinderen heeft z’n beperkingen. Prompt kwam ik Johan Lammers (http://www.drumexperience.nl/) weer tegen. Die gast speelde (heel) vroeger samen mee in de Drumband en tegenwoordig runt ie een drumschool. Hij raadde me aan om eens naar drums van Roland te kijken. M’n eerste reactie: “Roland? Da’s toch van die veel te dure synthesizers?”. Een Roland TD-20 was z’n advies. Ik was niet overtuigd. Electronische drums waren bij mij vieze rubberen pads met een drumcomputertje waar jaren-80 poink, plok en kadeng geluiden uit kwamen. Zeker geen vette setup waar je in een band de blits mee maakt met je driedubbele bass en 15 glimmende bekkens boven je kit.
Zoekend op Internet geschrokken. HEEL hard geschrokken. Verdorie, wat is zo’n ding duur en bah.. het is elektrisch, jakkes…
Ik had beter kunnen weten. Johan zegt het niet voor niets.. Remco racet naar Jac Bogers (http://www.bogersdrums.nl/) om eens rond te kijken. Geen TD-20 te bekennen, maar wel z’n voorganger, de (toen) 5 jaar oudere TD-10.
Ik was verkocht.. Probeerde niet teveel te laten merken aan Jac, maar kon het niet laten om te grijnzen en even “WOW WAT VET” te roepen.
Uiteindelijk hard ges
paard en een “instapper” gekocht. De TD-6KX. Totaal niet wat ik wilde, maar je moet ergens beginnen. Voor thuis een leuk ding, maar het ziet er niet uit. Miniscule “toms” waar je met militaire precisie op moet mikken en bekkens die enkel “pok” zeggen als je er op slaat. Binnen een jaar alles vervangen en ondertussen staat er gewoon een monsterlijke TD-20 met alle toeters die je je maar kan verzinnen. In vakjargon noemen ze dit fenomeen G.A.S. wat staat voor gear acquisition syndrome. In Nederland heeft de Mediamarkt dit ooit vertaald naar “Kopen, kopen kopen!!!”. Niets aan te doen. Het is een verslaving. 
Ondertussen is het weer tijd om serieus meer te gaan doen met hetgeen waar ik al jaren enorm veel plezier aan heb. Instappen in een bestaande band is niet helemaal mijn ding. Ook al zijn er genoeg die een drummer zoeken, het moet maar net in je straatje liggen.
In de meest ideale situatie stel je een groep samen van mensen waarvan je weet wat ze kunnen. Virtuozen en mensen die muziek als passie hebben. Het valt niet mee. Zo zou ik gewoon iedere week een keer goed met z’n allen willen repeteren en eens in de maand ergens een kroeg vullen met mensen en een uur of wat spelen. Niet te lang, niet te kort. Gewoon een indruk achterlaten van wat je kan. Most of all, gewoonweg plezier hebben zonder al teveel moetjes. Centen zijn niet boeiend, het gaat om de muziek! Gelukkig heb ik het geluk een vriendin te hebben die me aanmoedigt en het niet erg vind om eens een keer mee te “moeten” naar een optreden. Zelf heb ik altijd geleerd nooit je creativiteit in de weg te zitten en er wat mee te doen. Een steuntje in de rug is dan fijn.
That’s it for now… Om nog een ‘shameless ad’ te plaatsen, als iemand zich geroepen voelt als muzikant zijnde. Geef me eens een gil. Wie weet wat het brengt.